Mijn werkwijze

Mensen vragen mij wel eens waar ik al die foto’s maak. Wij zien nooit “hertjes” hoor ik dan vaak.

Dat heeft vooral te maken met de tijdstippen waarop ik buiten ben. In de zomer ben ik vaak al om 5 uur buiten en liggen de mensen die nooit “hertjes” zien nog te slapen. Omdat het op dit tijdstip nog erg rustig is laat het wild zich veel beter zien. Wat later in de ochtend komt de recreatie op gang en trekt het wild zich terug in de dekking om tegen het eind van de avond weer tevoorschijn te komen. Nog een ander voordeel is dat het steeds lichter wordt. Ook kennis van het gedrag van het wild is natuurlijk erg belangrijk. Je moet weten wanneer de hazen rammelen, de reekalfjes geboren worden, de bronsttijd bij de reeën begint enz. Hier kun je dan makkelijk op in spelen.

Als ik in een onbekend gebied kom let ik vooral op wissels (aan bijv. platgetrapt gras kun je zien dat hier vaak wild uittreedt) pootafdrukken, veegboompjes (hieraan vegen de reebokken in het voorjaar hun bastgewei en markeren ze tevens hun territorium) en natuurlijk uitwerpselen.

Als je weet waar je moet zijn ben je al een heel eind.

Om reewild te fotograferen loop ik meestal heel rustig rond. Zo leg ik meer terrein af en is de kans groter dat ik wat tegenkom dan wanneer ik ergens een hele ochtend zit te wachten. Als je ergens een plek weet waar elke avond tussen 19.00 en 20.30 reeën op de wei staan is het natuurlijk weer wel interessant om daar ergens te gaan posten. Hier ga ik dan in een zgn. ghillie suit zitten en ga dan totaal op in de omgeving.

Voordat ik mijn wandeling begin kijk ik eerst hoe de wind staat en pas mijn route hierop aan. Ik loop altijd tegen de wind in. Regelmatig stop ik even om de omgeving af te speuren en de geluiden op te vangen. Je kunt aan een Vlaamse gaai of merel al horen wanneer er ergens een kat of een vos zit.

Ik gebruik als ik wandel altijd een statief met draadontspanner. Doordat ik een telelens gebruik (sigma 150-400mm) heb je al trilling wanneer je de ontspanknop indrukt en met een draadontspanner kun je dit makkelijk voorkomen. Ik probeer mijn standpunt altijd zo laag mogelijk te houden. Het is erg belangrijk de dieren op ooghoogte te fotograferen. Dit levert veel mooiere plaatjes op. Dat lukt natuurlijk niet altijd als er hoge dekking is. Op deze manier fotografeer ik reewild, vossen, zwijnen herten enz. dus eigenlijk vooral grofwild.

Voor het kleinwild zoals haas, fazant, patrijs heb ik weer een andere werkwijze.

Hiervoor ga ik vaak met de auto op pad en rijd dan in de polder rond.

Op mijn portier ligt dan een rijstzak die voor stabiliteit van de camera zorgt. Het wild laat zich vaak goed benaderen en zien in een auto niet direct gevaar. Om een mooier standpunt te hebben stap ik regelmatig ongezien aan de andere kant van de auto uit en neem dan ongezien een plaats in op de grond. Erg belangrijk is het om hierbij zo laag mogelijk te blijven. Als je staat ben je voor een kleine fazant een enorme bedreiging en wanneer je laag blijft hebben ze je vaak niet in de gaten. Nu leg ik mijn rijstzak op de grond en ben op ooghoogte met het wild wat ik op dat moment wil fotograferen. Vaak probeer ik  al tijgerend nóg dichterbij te komen en dat lukt regelmatig. Ook hiervoor geld dat ik dit vooral de eerste en de laatste uurtjes van de dag doe. Ten eerste zie je dan veel meer en ten tweede is het licht op zijn mooist.

 

Verder is het erg belangrijk om goede camouflagekleding te hebben, vooral voor het gezicht. Ik gebruik ook regelmatig een bivakmuts om mijn gezicht te bedekken. Gebruik ook geen parfum of sterke deodorant want dan zijn ze al lang vertrokken voordat je ze gezien hebt.